| 10 |
Motie: Raadsonderzoek besluitvorming en handhaving omgevingsvergunning Wadudu
|
| |
|
Video
|
|
|
|
|
| |
|
Verzoek |
Na discussie in twee termijnen wordt hoofdelijk over deze motie gestemd. De conclusie is dat de motie met 19 stemmen tegen en 5 voor wordt verworpen. De stemmen zijn alsvolgt: de volgende raadsleden stemmen tegen de motie: J. Kramer, D.J. Keegstra, J.H. Posthoorn, J.C. Beugel, A. van Gelderen, H. de Weerd, H. Hatzmann, J. Klaassens, M. Louissen, R.T. Beukema-Bouman, K. Kappen-Kreeft, R.J. Brouwer, H.E. Meijering-Kerssies, J. Jonker, H.G. van der Roest, A.A. Knoeff H. Heideveld, G.J.W. Bent en R.C. Weima
De volgende raadsleden stemmen voor de motie: Ch. C. de Haas, M. Radix-Feijen, N. Maagd en J. Kerssies.
De discussie vindt plaats onder voorzitterschap van de plv.voorzitter van de raad de heer J. Beugel.
Tijdens de discussie doet portefeuillehouder mevrouw Damsma de toezegging: tijdspad t.a.v. bespreking in de commissie Algemeen Bestuur is haalbaar en in hoeverre het bespreken hiervan mogelijk is nu er juridische procedures lopen wordt uitgezocht (toezegging).
Inhoudelijk verzoek aan het college zoals in de motie was verwoord luidt:
1.Een onderzoek in te stellen naar besluitvorming en handhaving van de omgevingsvergunning voor het bedrijf Wadudu.
2.Zo spoedig mogelijk na het besluit over de motie een verordening tot het verrichten van raadsonderzoek vaststellen en op basis daarvan een onderzoekcommissie instellen, bestaande uit leden van de raad.
3.Bij de instelling van de onderzoekscommissie nadere regels vast stellen met betrekking tot rapportage van de onderzoekscommissie van de raad. |
| |
|
Toelichting verzoek |
Reeds vier jaren loopt er een geschil over de vestiging, de overlast betreffende geluid , stank en ongedierte, tussen wormenkwekerij Wadudu, gemeente Midden-Drenthe en buurtbewoners.
Tevens is hier de RUD bij betrokken.
Vanuit de controlerende rol van de raad, inzake het functioneren van het college van Midden-Drenthe in deze problematiek, dient nader actie te worden ondernomen.
In het openbaar – als inspreker bij de commissie Algemeen Bestuur - is een verklaring afgelegd, naar aanleiding van de schriftelijke beantwoording van het college, op vragen conform art. 33,
van Gemeentebelangen Smilde-Beilen-Westerbork.
Onderwerp van discussie is het afgeven van een omgevingsvergunning voor het bedrijf Wadudu, wormenproducent, door de gemeente Midden-Drenthe.
Aangezien dit reeds een langslepende zaak is, wordt het de hoogste tijd, dat de raad, middels het enquête recht,
een raadsonderzoek instelt, vanuit de controlerende rol van de raad.
De raad dient helderheid te krijgen over de procesgang rond de vergunning(en) die zijn verleend voor dit bedrijf en de handhaving van de regelgeving, zoals die door het college (al dan niet met inzet van de RUD) hierop is uitgevoerd. Ook kan de informatievoorziening vanuit het college naar de raad hierbij worden betrokken.
De raad heeft de bevoegdheid om onderzoek te doen naar het door het college van burgemeester en wethouders of door de burgemeester gevoerde bestuur (de artikelen 155a tot en met 155f van de Gemeentewet).
Het is een controle-instrument van de raad, dat sinds maart 2002 bestaat. Het geeft de raad de mogelijkheid om alle kanten op een rij te zetten. Een serieuze aanpak, die verder gaat dan de in de commissie Algemeen Bestuur gevraagde opiniërende bespreking.
Officieel zijn deze uitspraken zowel schriftelijk als mondeling gedaan en dit moet samen met de informatie vanuit het college, voor de raad een gegronde reden zijn om hier officieel nader naar te kijken en zelf hiertoe het initiatief te nemen.
Het instellen van een onderzoekscommissie vanuit de raad geeft ook aan, dat de betrokkenheid en rechtvaardigheid, een groot goed is reden, om genoemde zaak uiterst serieus op te vatten.
Daarom is het instellen van een onderzoekscommissie, conform art 155a tot en met f van de Gemeentewet van belang en dient meerdere doelen.
|
| |
|
Resultaat |
Na discussie in twee termijnen wordt hoofdelijk over deze motie gestemd. De conclusie is dat de motie met 19 stemmen tegen en 5 voor wordt verworpen. De stemmen zijn alsvolgt: de volgende raadsleden stemmen tegen de motie: J. Kramer, D.J. Keegstra, J.H. Posthoorn, J.C. Beugel, A. van Gelderen, H. de Weerd, H. Hatzmann, J. Klaassens, M. Louissen, R.T. Beukema-Bouman, K. Kappen-Kreeft, R.J. Brouwer, H.E. Meijering-Kerssies, J. Jonker, H.G. van der Roest, A.A. Knoeff H. Heideveld, G.J.W. Bent en R.C. Weima
De volgende raadsleden stemmen voor de motie: Ch. C. de Haas, M. Radix-Feijen, N. Maagd en J. Kerssies.
Tijdens de discussie doet portefeuillehouder mevrouw Damsma de toezegging: tijdspad t.a.v. bespreking in de commissie Algemeen Bestuur is haalbaar en in hoeverre het bespreken hiervan mogelijk is nu er juridische procedures lopen wordt uitgezocht (toezegging).
|